In sommige families wordt veel gepraat en toch weinig gezegd.

None

Iedereen weet bijvoorbeeld dat vader niet tegengesproken moet worden. Dat moeder wordt ontzien. Dat die ene broer altijd problemen heeft. Dat opa iets heeft meegemaakt waar we niet naar vragen. Niemand heeft de regels opgeschreven. Toch kent iedereen ze.

Als kind leer je snel wat nodig is om erbij te horen.

De rol die jou hielp

Misschien werd jij de sterke. Degene die geen gedoe gaf. Misschien was jij de clown die spanning brak. De bemiddelaar. De succesvolle zoon. Het zwarte schaap. Of de jongen die onzichtbaar bleef.

Zo'n rol is niet alleen een probleem. Hij heeft je waarschijnlijk geholpen. De sterke kreeg waardering. De clown hield ruzie draaglijk. De bemiddelaar voelde zich nuttig. Het onzichtbare kind bleef buiten schot.

Moeilijk wordt het wanneer de rol jouw identiteit wordt. Dan weet de sterke man niet meer hoe hij steun ontvangt. De grappenmaker kan nauwelijks verdriet tonen. De bemiddelaar kent ieders behoefte behalve die van zichzelf.

Drie systemische kijkrichtingen

In systemisch werk wordt vaak gekeken naar erbij horen, ordening en de balans tussen geven en ontvangen.

Erbij horen betekent dat mensen die onderdeel zijn van een familiegeschiedenis niet verdwijnen doordat er over hen gezwegen wordt. Ordening gaat over verschillen in plek en verantwoordelijkheid: ouders dragen de verantwoordelijkheid voor kinderen, niet andersom. Balans gaat over wat mensen geven en ontvangen, vooral tussen volwassenen.

Dit zijn kijkrichtingen, geen natuurwetten. Ze kunnen helpen goede vragen te stellen. Ze mogen nooit worden gebruikt om iemand tot contact, vergeving of gehoorzaamheid te dwingen.

Wie of wat mocht niet bestaan?

Families zwijgen soms over scheiding, miskramen, psychische problemen, verslaving, armoede, oorlog, een buitenechtelijk kind, gevangenschap of zelfdoding. Niet altijd uit slechte wil. Vaak uit schaamte of omdat het destijds te pijnlijk was.

Een volgende generatie kan de spanning rond zo'n verhaal voelen zonder de feiten te kennen. Dat betekent niet dat ieder gevoel een verborgen familiegeheim bewijst. Een opstelling is geen waarheidsmachine. Wel kan een familiekaart zichtbaar maken waar informatie ontbreekt, wie veel droeg en welke onderwerpen geladen blijven.

Feiten zoek je uit met gesprekken, documenten en zorgvuldigheid. Een oefening laat vooral zien hoe jij je tot jouw familiebeeld verhoudt.

Maak jouw plek zichtbaar

Teken drie generaties: grootouders, ouders, ooms, tantes, broers, zussen, partners en kinderen. Noteer alleen wat je werkelijk weet. Schrijf bij ieder persoon één woord dat zijn of haar plek typeert.

Kijk daarna naar jezelf. Waar sta jij? Naast wie? Voor wie? Tussen wie in?

Vraag jezelf niet meteen waarom. Kijk eerst. Wat valt op? Wie ontbreekt? Wie is heel groot geworden in jouw verhaal? Wie bijna onzichtbaar?

Hoe we dit in de mannengroep onderzoeken

We brengen zo'n tekening tot leven met vloerankers, voorwerpen, beelden of mannen die tijdelijk een plek vertegenwoordigen. Niet om toneel te spelen, maar om te ervaren wat afstand, richting en positie met jouw lichaam doen.

De groep helpt je om niet in je eigen verhaal opgesloten te blijven. Andere mannen kunnen vragen stellen, spiegelen wat zij zien en vertellen wat jouw beweging bij hen oproept. Jij blijft degene die bepaalt wat klopt en wat niet.

Welke rol speel jij nog steeds, ook wanneer niemand daar meer om vraagt?

De mannengroep is voor mannen die hun familiesysteem niet willen beschuldigen, maar wel eerlijk willen zien wat zij meenemen. Wil je weten of de groep bij je past?

Naar de wachtlijst
Verder lezen

Meer uit de kennisbank.